Peoplemens

We zaten het restaurant van een sauna en luisterden het gesprek van onze buren af. Niet luisteren was overigens geen optie, want ze spraken nogal hard. Het waren twee in keurige badjassen gestoken jongeheren. Ze hadden het over hun werk, maar eigenlijk wilden ze vooral de ander ervan overtuigen hoe interessant ze waren. De zinnen waren doorspekt met Engelse woorden en uitdrukkingen. Dat is op zich niet bijzonder bij snelle jongens, maar toch was er iets vreemds aan. Ik begreep het ineens toen de ene jongeman zei: ‘Ja, maar Dick is een echt peoplemens.’

Begrijp me goed, ik ben echt niet tegen het gebruik van Engels in het Nederlands. Ik zeg gewoon camping in plaats van kampeerterrein, en ik wil zelfs nog wel eens mensen shamen (bijvoorbeeld deze twee heren). Woorden uit andere talen komen al sinds mensenheugenis onze taal binnen, en zelfs de meest radicale taalpuriteinen zeggen ok en bureau. Sommige vreemde woorden schoppen het tot de Van Dale, andere verdwijnen via de achterdeur, maar wat hier gebeurde is dat on the spot nieuwe woorden werden gemaakt gewoon for the sake of interessantdoenerij. Je zou kunnen denken dat het schattige nieuwlichterij is, maar niets is minder waar: het is pure taalanarchie. Want als peoplemens kan, dan is mensenperson ook goed.

Via de Facebookpagina Onnodig Engels taalgebruik zag ik dat deze ontwikkeling al een tijdje gaande is. Wat dacht je van peanutbuttereitjes, herfstfeeling en travelhanddoek. Stuk voor stuk lelijke en onnodige samenstellingen waar moeiteloos een Nederlands alternatief voor te vinden is. Deze ontwikkeling kan leiden tot een tsunami aan nieuwe woorden. Als appeltaartcookie mag, en ze werden vier jaar geleden al verkocht, dan kun je wachten op applepiekoekje, appeltaartcookje, appeltaartkoekie, appelpiekoekje, appelpiecookje, appelpiekoekie, appletaartcookie, appletaartcookje, appletaartkoekie, applepiecookje en applepiekoekie – om maar eens wat te noemen. En dan laat ik maar buiten beschouwing dat het ook nog eens ging om oma’s appeltaartcookie. Lunchafspraak en winkelmanager kunnen weer wel, want hier is het Engelse deel volledig geaccepteerd in het Nederlands. Maar voor alle andere hierboven genoemde combinaties is maar een kwalificatie mogelijk: cockkoek.

Eerder verschenen in IP – vakblad voor informatieprofessionals 8/2022

Overlijdensbeleid

Door Rob Feenstra

Wmpearl, CC0, via Wikimedia Commons

Ik geef het toe, overlijdensbeleid is geen vrolijk stemmend woord. Ik kwam het tegen bij het lezen van een artikel in het Nederlands Juristenblad over de status van digitale data na het overlijden van de eigenaar. Er zijn op dat gebied veel vragen en onduidelijkheden. Wie ‘erft’ die data, of anders gezegd, wie moet er toegang toe krijgen? Moet de eigenaar daar bij leven expliciet iets over vastleggen of hebben nabestaanden er zonder meer recht op? Wat gebeurt er met je accounts wanneer je overlijdt? 

Wie antwoord wil krijgen op dit soort vragen, belandt al snel in een wirwar aan gebruiksvoorwaarden en juridische regels, die per land vaak ook nog verschillen. Er zijn allerlei oorzaken voor aan te wijzen, maar het heeft ook zeker te maken met een vrij algemeen gevoel van tegenzin om ons hiermee bezig te houden. Je kent misschien de onaangename ervaring wanneer je op Facebook ziet dat een overleden vriend wordt gefeliciteerd met zijn verjaardag, soms vergezeld van een pijnlijke toevoeging als ‘tijd niet gezien’ of ‘we moeten weer eens afspreken’. Zoiets wil je je nabestaanden toch niet aandoen? Je kunt heel eenvoudig instellen dat je account na je dood wordt verwijderd of dat het een herdenkingsstatus krijgt. Toch heb ik het niet gedaan, en een kleine rondgang langs een aantal familieleden en collega’s leerde me dat ik lang niet de enige ben. 

En wat moet er bijvoorbeeld met je mailbox gebeuren als je er niet meer bent? Het is misschien een vervelend idee dat al die content voor eeuwig ongelezen blijft, maar het is ook heel goed mogelijk dat je het onprettig vindt wanneer nabestaanden in je privémail struinen. Alles is eenvoudig te regelen, bijvoorbeeld via een notaris of, nog veel eenvoudiger, via tal van digitale diensten (ik vond er een met het lugubere lokkertje ‘probeer 30 dagen GRATIS’). Toch doen maar weinig mensen het.

Er is, kortom, niet alleen voor wetgevers en grote bedrijven nog werk aan de winkel op het gebied van overlijdensbeleid, maar ook voor ieder van ons.


Rob Feenstra is projectleider/consultant bij de Universitaire Bibliotheken Leiden; heeft als aandachtsgebieden bibliotheeksystemen en de digitale bibliotheek.

Deze bijdrage komt uit de papieren IP #4-2022.

#BoekTok

Ik weet dat TikTok bestaat en ook wat je er zo ongeveer mee kunt doen, maar dat was het wel zo’n beetje, want niet alleen ik maar ook mijn kinderen zijn er eigenlijk te oud voor. Tot ik links en rechts hoorde over het succes van #BookTok en de Nederlandse versie #BoekTok. Via deze hashtags vind je op TikTok filmpjes van jongeren, en van Kluun, die elkaar boeken en schrijvers aanraden. Meestal gaat het daarbij om young adult-boeken, maar ik heb toch ook een meisje met roze haar voorbij zien komen dat Hersenschimmen van Bernlef aanprees.

In eerste instantie dacht ik dat het ging om het zoveelste geval van door de media opgeklopte gebakken internetlucht, maar navraag bij een paar boekenwinkels leerde me dat de boeken nauwelijks aan te slepen zijn wanneer ze via #BoekTok goed besproken zijn. We somberen, terecht, vaak over ontlezing, maar is het ooit gebeurd dat jongeren op zo’n grote schaal boeken kochten?

Verwacht bij #BoekTok overigens geen uitgebreide besprekingen. De filmpjes zijn maar kort en soms zie je alleen de kaft anderhalve seconde in beeld, maar het mooie van #BoekTok is dat het een platform voor en door jongeren is (al zijn de eerste leraren Nederlands, uitgeverijmedewerkers en Kluun dus, ook al gesignaleerd).

Deze column komt uit IP #7/2021

Fieldlabber

Fieldlabber. Spreek het woord hardop 5 keer achter elkaar uit en ga eens na op welke manier het zich in je hoofd nestelt. In mijn geval werd de ‘a’ gevoelsmatig een ‘e’. Dat heeft te maken met de betekenis van fieldlabber: iemand die meedoet aan een fieldlab-evenement. Bij een aantal van die evenementen namen de fieldlabbers flink wat drank tot zich. Associatief dacht ik aarbij aan fieldlebberen, een nog niet bestaand woord dat zeker een kans verdient. Fieldlabber bestaat pas een paar maanden en toch heeft het opmerkelijk genoeg al meerdere betekenissen. Een fieldlabber kan namelijk ook de organisator van een fieldlab zijn.

Voor fieldlab bestaat een goede Nederlandse vertaling, namelijk proeftuin. Daarop voortbordurend zou je een fieldlabber een proeftuinier kunnen noemen. Maar eigenlijk is een vertaling helemaal niet nodig, want ondanks de Engelse klank komt fieldlabber alleen voor in het Nederlands en vrijwel steeds in verband met corona-gerelateerde experimenten. Het past in een rijtje Engels klinkende uitdrukkingen die alleen in het Nederlands bestaan, zoals reality soap, non-food en touringcar.

Ook wanneer je op fieldlab zoekt, kom je vooral Nederlandse websites tegen. Dat komt door de typisch Nederlandse gewoonte om woorden aan elkaar te plakken. Op Google Trends is te zien dat in de rest van de wereld vrijwel iedereen field lab schrijft (zie afbeelding). De uithaal naar boven aan het einde van de grafiek is dan ook volledig te danken aan Nederlandse webpagina’s.

Ik zocht op de website van de rijksoverheid naar een goede omschrijving van fieldlab en vond dat er in ieder geval een duidelijk onderscheid is tussen fieldlabs en pilots voor testevenementen. Toen ik vervolgens keek wat de overheid beschouwt als een pilot voor een testevenement zag ik dat dat daar fieldlab-evenementen toe gerekend worden. De overheid is er dus nog niet helemaal over uit.

Het is hoe dan ook te hopen dat iedereen binnenkort gevaccineerd is en dat de lelijke fieldlab-samenstellingen (ook het werkwoord fieldlabben is al gesignaleerd)  net zo snel uit het Nederlands verdwijnen als ze gekomen zijn.

Eerder verschenen in IP #5/2021

AF

Een AF is een artificial friend oftewel een KV (kunstmatige vriend). Kunstmatige vrienden zijn natuurlijk niet nieuw. Zelf denk ik direct aan de twee tamagotchis die aan een vroeg en bitter einde kwamen nadat ze ergens in de jaren negentig gruwelijk waren verwaarloosd door mijn dochters. Later kwamen er de robots die eenzame en/of demente bejaarden gezelschap hielden. En zo ontstond er geleidelijk een breed scala aan apparaten die je met wat goede wil als kunstmatige vrienden kan beschouwen.

Maar de AF is van een andere orde. Hij, of in dit geval zij, ontsproot aan het brein van Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro. De AF Klara is in het boek Klara and the Sun de ik-figuur. Ze is gemaakt om in een niet al te verre, dystopische toekomst een eenzame tiener gezelschap te houden. De AF kan empathie voelen en ongerust zijn, maar de emoties zijn niet gelijk aan die van de mens. En dus is de vraag hoe we ons tot de AF verhouden.

Als u betwijfelt of je überhaupt wel een relatie met iets kunstmatigs kunt hebben, moet u zich maar eens afvragen of u zich niet ooit eens tierend tot de stem van de autonavigatie heeft gericht wanneer u midden in een weiland te horen kreeg dat uw bestemming was bereikt. Op dat moment wordt Truus (want om ondoorgrondelijke redenen wordt de stem opmerkelijk vaak zo genoemd) wel degelijk menselijke kwaliteiten, of beter zwakheden, toegedicht. Truus noch Klara worden overigens warm of koud van zo’n onvriendelijke houding en dat maakt het denken over onze relaties met AF’s zo interessant. Asociaal gedrag ten opzichte van een AF leidt niet tot onaangename consequenties in de vorm van vijandige reacties en dus wordt ons gedrag volledig bepaald door onze innerlijke beschaving. Een beangstigende gedachte.

Eerder verschenen in InformatieProfessional 04/2021

Doembladeren

Uitgelicht

Deze column verscheen eerder in de rubriek IP Lingo van het blad IP

In mijn pogingen om deze rubriek zo actueel mogelijk te laten zijn, introduceer ik deze maand een woord dat tot vandaag nog niet bestond. Ok, ik geef toe dat doembladeren een letterlijke vertaling is van het Engelse doomscrolling, maar ook dat woord staat nog in de kinderschoenen.

Iedereen kent het wel: je hebt een raar kuchje, je gaat zoeken op internet en een half uur later ben je ervan overtuigd dat je aan het begin staat van een pijnlijk en slepend ziekbed met fatale afloop. Doembladeren is het langdurig tot je nemen van slecht nieuws via sociale media, zodanig dat het een negatieve invloed heeft op je gemoedstoestand. Of, zoals ik ergens las, “obsessively reading social media posts about how utterly fucked we are”. Langdurig van bericht naar bericht surfen is natuurlijk niets nieuws en zolang het gaat over de laatste ontwikkelingen rond Wie is de Mol of het liefdeleven van Marco Borsato is er weinig aan de hand.  Maar wanneer we berichten met een negatieve inhoud tot ons nemen (waarbij ik ervan uitga dat u de amoureuze strapatsen van Marco Borsato niet als zodanig beoordeelt), treedt er een mechanisme in werking dat te vergelijken is met het  mean world syndrome. Dit is het fenomeen dat mensen door het veelvuldig kijken naar gewelddadige televisie-uitzendingen de wereld als gevaarlijker beoordelen dan hij in werkelijkheid is. Door langdurig berichten te lezen over de coronacrisis, het meest gegoogelde woord van 2020, krijgen de doembladeraars zoveel slecht nieuws te zien dat er in hun belevingswereld nauwelijks plaats meer is voor iets anders.

De oplossingen zijn even talrijk als eenvoudig: een timer op je smartphone zetten of een leuk boek lezen bijvoorbeeld. Maar de meest efficiënte oplossing is de app Mind Leak. Wanneer je te lang bezig bent op een sociaal medium, toont de app op het beeldscherm je eigen starende gezicht. Ik heb het voor u geprobeerd: dat nooit meer.

Eerder verschenen in IP2021-1

Fleet

Onderstaande column verscheen eerder in de rubriek IP Lingo van het blad IP.

Deze rubriek gaat over nieuwe woorden en begrippen in de informatiewereld. Tussen het moment van schrijven en de publicatiedatum zitten een paar weken. Dat is in onze snelle wereld een hele tijd.  Een begrip kan in die periode oud nieuws geworden zijn, of een algemeen ingeburgerd begrip. Of dat ook opgaat voor fleet is voor mij een vraag en voor u als lezer een weet. Toen ik vanochtend (half november) een rondje maakte langs een aantal bekenden kon niemand me in ieder geval vertellen wat fleets zijn. Ze bestaan op het moment dat ik dit schrijf dan ook nog niet in Nederland. Het is aan u om te zien hoe snel een ontwikkeling kan gaan (of niet).

Natuurlijk bestaat het woord fleet al wel. Er zijn een paar plaatsen in Engeland met de naam Fleet. Het betekent vloot in het Engels en is tevens de naam van een Belgische keten van autodealers, een Australisch motorfietsmerk én een firma die handelt in klysma’s. De Urban Dictionary spreekt bij fleet dan ook van ‘a term to describe when someone is cleaning out their ass/vagina’.

Maar de fleet die ik bedoel is de nieuwste  functie van Twitter. Het gaat om een bericht dat na 24 uur automatisch verdwijnt. Hiermee sluit Twitter aan bij een richting die bedrijven als Snapchat, Instagram en Facebook al veel eerder insloegen. “Omdat ze na een dag verdwijnen, helpen fleets de mensen om zich niet geremd te voelen om hun persoonlijke en terloopse gedachten, meningen en gevoelens te delen”, blogden Joshua Harris en Sam Haveson, respectievelijk design director en product manager bij Twitter.  Mijn optimistische ik is blij omdat een hoop vuilspuiterij daarmee automatisch verdwijnt, maar aan de andere kant kan het betekenen dat reaguurders en andere gekkies zich bevrijd voelen van hun laatste remmingen en helemaal los gaan. Wie zal het zeggen? U misschien/niet/waarschijnlijk/uiteraard?

Eerder verschenen in IP #9/2020

Coronamoe

Voor deze rubriek gaan we iedere maand op zoek naar nieuwe taaluitingen. Soms is het even zoeken en staat er niet meer dan één woord op mijn keuzelijstje, maar deze keer viel de oogst erg mee:

Anderhalve-meter-challenge, afschalen, amateurviroloog, anderhalve-meter-economie, balkonzanger, buitenschaamte, coroneus, coronials, coronomie, corontaine, digitale pandemie, disselen, druppelbesmetting, ellebooggroet, elleboogniezen, epidemiologische paraatheidsinnovaties, groepsimmuniteit, hamsterschaamte, handenschudverbod, hoestschaamte, hoestscherm, houdt-afstandhesje, infectietsunami, intelligente lockdown, kuchscherm, landelijk coördinatiecentrum patiëntenspreiding, lichaamscondoom, lockdown, lockdownparty, lockdownpopulisme, luchtmuur, massasurveillance, no-fly-periode, onthamsteren, oversterfte, pandemierooster, paniekwinkelen, physical distancing, quarantainehotel, raambezoek, Skypevisite, social distancing, sociale onthouding, superverspreider, thuisquarantaine, toerismeverbod, TOGS-regeling, virusbuddy, voetgroet, weigerklant, winkelprotocol, wuhanshake, zelfisolatie, ziektelast, ziektebubbel, ziektepiramide, zoomen, zorgapplaus en zorgheld.

En natuurlijk corana-aanpak, corana-advies, corana-afdeling, corana-alarm, coranababy, coranabesmetting, coranabrandhaard, coranacontactadvertentie, coronacrimineel, coranacrisis, coranadagboek, coronadictatuur, coronadienst, coronadode, coronadossier, corona-emoji, corona-epidemie, corona-expert, coronafeest, coronagebied, coronahotspot, coronahulpverlening, corona-informatie, corona-invloed, coronalied, coronaloket, coronamaatregel, corona-on-ice, coronaoverleg, coronapandemie, coronapatiënt, coronaregering, coronarichtlijnen, coronaroman, coronaslachtoffer, coronasticker, coronastress, coronasymptomen, coronatest, corona-uitbraak, coronavirus, coronazieke, coronaziekenhuis, corona-akkoord, corona-angst, corona-apocalyps, corona-app, coronaboete, coronacocooning, coronacontainer, coronacrash, coronagezant, coronagriep, coronahufter, coronakiller, coronaklever, coronanie, corona-ontkenner, coronaparanoia, coronapiek, coronaprotocol, coronaspuger, coronavakantie, coronaverdacht en coronaviering.

Maar de keuze viel deze maand, zonder concurrentie, op het woord boven dit stukje.

Infodemie

Het coronavirus zorgt naast een hoop ellende ook voor een nieuw woord in de Nederlandse taal: infodemie. Het is een mixwoord van informatie en epidemie. De eerste vermelding die ik vond, staat op de website van de Vereniging België China en dateert van 3 februari. De site gebruikt infodemie als vertaling van het Engelse infodemic, in een verwijzing naar een uitspraak van directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus van de World Health Organization (WHO). Ghebreyesus zegt dat er niet alleen gevochten wordt tegen een epidemic, maar ook tegen een infodemic, die zich sneller verspreidt dan het Coronavirus en net zo gevaarlijk is. Een infodemic, en dus ook een infodemie, is een overvloed aan informatie, waardoor het lastig is om betrouwbare berichten te vinden. Het gaat dan niet alleen om de stroom aan geruchten, complottheorieën en (ander) fake news, maar bijvoorbeeld ook om experts die tegenstrijdige dingen zeggen over het gebruik van mondkapjes en andere voorzorgsmaatregelen. Net als bij een epidemie is het zaak om de infodemie in de kiem te smoren, aldus Ghebreyesus. De WHO werkt samen met Facebook, Pinterest, Tencent, Twitter, TikTok, YouTube en andere social media om de geruchten en desinformatie de kop in te drukken. In samenwerking met Google wordt berichtgeving van de WHO bovenaan de zoekresultaten gezet.

Het gekke is dat de oorsprong van het woord Infodemic in Nederland ligt. Al in 1999 werd het IT-bedrijf Infodemic bv ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In het Engelse taalgebied komen we Infodemic voor het eerst tegen in 2003. Toen ging het over de stroom aan berichten over SARS. Omdat die epidemie aan ons land voorbij ging, is het toen nooit tot een vertaling gekomen. Overigens ging het Nederlandse Infodemic bv een paar jaar na de oprichting failliet. Laten we hopen dat het de huidige infodemie niet veel beter vergaat.

(Eerder verschenen in de rubriek IP Lingo van IP-Vakblad voor informatiespecialisten 2020-3)