Coronamoe

Voor deze rubriek gaan we iedere maand op zoek naar nieuwe taaluitingen. Soms is het even zoeken en staat er niet meer dan één woord op mijn keuzelijstje, maar deze keer viel de oogst erg mee:

Anderhalve-meter-challenge, afschalen, amateurviroloog, anderhalve-meter-economie, balkonzanger, buitenschaamte, coroneus, coronials, coronomie, corontaine, digitale pandemie, disselen, druppelbesmetting, ellebooggroet, elleboogniezen, epidemiologische paraatheidsinnovaties, groepsimmuniteit, hamsterschaamte, handenschudverbod, hoestschaamte, hoestscherm, houdt-afstandhesje, infectietsunami, intelligente lockdown, kuchscherm, landelijk coördinatiecentrum patiëntenspreiding, lichaamscondoom, lockdown, lockdownparty, lockdownpopulisme, luchtmuur, massasurveillance, no-fly-periode, onthamsteren, oversterfte, pandemierooster, paniekwinkelen, physical distancing, quarantainehotel, raambezoek, Skypevisite, social distancing, sociale onthouding, superverspreider, thuisquarantaine, toerismeverbod, TOGS-regeling, virusbuddy, voetgroet, weigerklant, winkelprotocol, wuhanshake, zelfisolatie, ziektelast, ziektebubbel, ziektepiramide, zoomen, zorgapplaus en zorgheld.

En natuurlijk corana-aanpak, corana-advies, corana-afdeling, corana-alarm, coranababy, coranabesmetting, coranabrandhaard, coranacontactadvertentie, coronacrimineel, coranacrisis, coranadagboek, coronadictatuur, coronadienst, coronadode, coronadossier, corona-emoji, corona-epidemie, corona-expert, coronafeest, coronagebied, coronahotspot, coronahulpverlening, corona-informatie, corona-invloed, coronalied, coronaloket, coronamaatregel, corona-on-ice, coronaoverleg, coronapandemie, coronapatiënt, coronaregering, coronarichtlijnen, coronaroman, coronaslachtoffer, coronasticker, coronastress, coronasymptomen, coronatest, corona-uitbraak, coronavirus, coronazieke, coronaziekenhuis, corona-akkoord, corona-angst, corona-apocalyps, corona-app, coronaboete, coronacocooning, coronacontainer, coronacrash, coronagezant, coronagriep, coronahufter, coronakiller, coronaklever, coronanie, corona-ontkenner, coronaparanoia, coronapiek, coronaprotocol, coronaspuger, coronavakantie, coronaverdacht en coronaviering.

Maar de keuze viel deze maand, zonder concurrentie, op het woord boven dit stukje.

Infodemie

Het coronavirus zorgt naast een hoop ellende ook voor een nieuw woord in de Nederlandse taal: infodemie. Het is een mixwoord van informatie en epidemie. De eerste vermelding die ik vond, staat op de website van de Vereniging België China en dateert van 3 februari. De site gebruikt infodemie als vertaling van het Engelse infodemic, in een verwijzing naar een uitspraak van directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus van de World Health Organization (WHO). Ghebreyesus zegt dat er niet alleen gevochten wordt tegen een epidemic, maar ook tegen een infodemic, die zich sneller verspreidt dan het Coronavirus en net zo gevaarlijk is. Een infodemic, en dus ook een infodemie, is een overvloed aan informatie, waardoor het lastig is om betrouwbare berichten te vinden. Het gaat dan niet alleen om de stroom aan geruchten, complottheorieën en (ander) fake news, maar bijvoorbeeld ook om experts die tegenstrijdige dingen zeggen over het gebruik van mondkapjes en andere voorzorgsmaatregelen. Net als bij een epidemie is het zaak om de infodemie in de kiem te smoren, aldus Ghebreyesus. De WHO werkt samen met Facebook, Pinterest, Tencent, Twitter, TikTok, YouTube en andere social media om de geruchten en desinformatie de kop in te drukken. In samenwerking met Google wordt berichtgeving van de WHO bovenaan de zoekresultaten gezet.

Het gekke is dat de oorsprong van het woord Infodemic in Nederland ligt. Al in 1999 werd het IT-bedrijf Infodemic bv ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In het Engelse taalgebied komen we Infodemic voor het eerst tegen in 2003. Toen ging het over de stroom aan berichten over SARS. Omdat die epidemie aan ons land voorbij ging, is het toen nooit tot een vertaling gekomen. Overigens ging het Nederlandse Infodemic bv een paar jaar na de oprichting failliet. Laten we hopen dat het de huidige infodemie niet veel beter vergaat.

(Eerder verschenen in de rubriek IP Lingo van IP-Vakblad voor informatiespecialisten 2020-3)

Fleeceware

Hoe vaak gebeurt het niet? Je downloadt uit de Google Play Store een app die je een paar dagen gratis mag proberen, je ziet al snel dat je er niets aan hebt en je verwijdert hem weer. Niets aan de hand. Maar sinds enige tijd gebeurt het regelmatig dat mensen tot hun schrik merken dat er geld, soms zelfs aanzienlijke bedragen, van hun rekening is afgeschreven omdat ze zich abonneerden op een app zonder dat ze zich daar bewust van waren.

Wat is er aan de hand? Wanneer iemand  een app verwijdert tijdens de proefperiode mag je er van uit gaan dat hij die app niet wil aanschaffen. Maar een officiële afmelding is het niet. Slimme jongens, je mag ze geen criminelen noemen, maken hier gebruik van. Wanneer de klant vóór het verstrijken van de proefperiode geen expliciete afmelding verstuurt, brengen ze een bedrag in rekening voor het gebruik van de app, óók als die zich niet meer op het toestel van de ongelukkige klant bevindt. Soms gaat het daarbij om flinke bedragen. Medewerkers van het Engelse IT-beveiligingsbedrijf Sophos ontdekten afgelopen september dat sommige bedrijfjes meer dan $200 per jaar in rekening brachten voor rekenmachines, QR-lezers en andere simpele apps.  De  term die Sophos voor deze vorm van legale zwendel bedacht, is fleeceware (to fleece betekent geld uit de zak kloppen). Google heeft dit najaar al een aantal fleeceware-apps verwijderd uit Play Store, maar onlangs doken er weer nieuwe exemplaren op.

De mensen achter de apps hebben inmiddels weer een nieuw slimmigheidje bedacht: in een aantal gevallen vragen ze geen jaarlijks bedrag meer, maar een bedrag per week, want dan lijkt het minder. Zo schrijft het brein achter Fortunemirror, een app die de toekomst voorspelt, wekelijks €69,99 af. Inmiddels hebben enkele tienduizenden mensen deze app gedownload. Afgaand op de recensies beleefden ze er weinig plezier aan.

Dus als een voorspellende app u binnenkort vertelt dat u een financieel debacle te wachten staat, weet u wat er gaat gebeuren. U bent gewaarschuwd!

(Eerder verschenen in IP-Vakblad voor informatiespecialisten 2020-2)

Leesoffensief

Ha, dat klinkt nog eens goed, leesoffensief. Een woord dat dynamiek en daadkracht suggereert, dat blijk geeft van een haast militaire aanpak. Het is het centrale thema van een brief die OCW-minister Van Engelshoven en haar collega Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media in december aan de Kamer stuurden. De ministers reageren daarin op het internationale PISA-rapport, waaruit blijkt dat het niet goed gaat met de leesvaardigheid van de Nederlandse jongeren. En dus is het tijd voor actie! De ministers baseren hun actieplan op Lees!, een adviesrapport van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur. In dit advies wordt het begrip leesoffensief geïntroduceerd. Zowel de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur als de ministers zien een belangrijke rol weggelegd voor leerkrachten en bibliothecarissen, niet helemaal toevallig twee beroepsgroepen die de afgelopen jaren nogal te lijden hadden van overheidsbezuinigingen. In Lees! gaan de auteurs uitgebreid in op de kaalslag die plaatsvond in de bibliotheekwereld. Ze geven aan dat gemeenten zorg moeten dragen voor een goede bibliotheekvoorziening en dat de overheid hen daarop aan moet spreken als dit niet gebeurt. Voor scholen geldt dat ze extra moeten worden gefinancierd.

Dat is nog eens mooi advies! En het is niet tegen dovemansoren gezegd, want  de ministers Slob en van Engelshoven beloven in hun brief dat de regering middelen gaat reserveren voor … een letterenfestival en een organisatie die lezers en schrijvers met elkaar in contact moet brengen. En de bibliotheken en scholen? Er staan veel mooie woorden in de brief van de ministers, maar het komt er uiteindelijk op neer dat de bibliotheekmedewerkers (tegenwoordig vooral vrijwilligers) gewoon hun wettelijke leesbevorderingstaak moeten oppakken. Het toch al bomvolle onderwijscurriculum krijgt als extra onderdeel het vak leesplezier. Probleem opgelost. En als blijkt dat hierdoor andere vakken in de knel komen, dan introduceren de ministers volgend jaar waarschijnlijk gewoon het vak rekenpret.

Leesoffensief. Het is een mooi woord, maar of de vlag de lading dekt? Mijn suggestie voor de ministers: leesschijnaanval.

Kamerbrief over leesoffensief

Dit artikel verscheen in licht gewijzigde vorm in InformatieProfessional 2020/1

Naar aanleiding van mijn artikeltje in de InformatieProfessional kwamen er nogal wat reacties. Daarom schreef ik op mijn eigen blog een nadere toelichting:

Soms vraag ik bij het schrijven van een nieuwe IPLingo wel eens af of de stukjes gelezen worden, want er bereiken me nauwelijks reacties. Dat was met mijn laatste stukje, over het leesoffensief dat de onderwijsministers aankondigden, wel anders. Ze vragen om een antwoord.

Voor alle duidelijkheid, ik vind de gedachte achter het Leesoffensief prima en ik wil zeker niet op de rem trappen. En ook weet ik dat de Openbare Bibliotheken veel goed werk doen op dit gebied. Ik heb zelf in de openbare bibliotheekwereld gewerkt en ben op de hoogte van dBoS en andere initiatieven. Maar mijn kritiek richt zich niet op het werk van de bibliotheken.

Essentieel in Lees!, het rapport van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad, is een goede en structurele financiering voor het slagen van het beleid (zie kader). Hoezeer de ministers ook putten uit Leef!, over financiering wordt met geen woord gerept en daarmee wordt het plan een reus op lemen voeten. Ik vind het een schrijnend voorbeeld van hoe onderwijs en bibliotheekwereld taken toebedeeld krijgen terwijl anderzijds de benodigde financiële middelen niet ter beschikking worden gesteld, sterker nog, terwijl de kaalslag nog steeds voortduurt. In dat kader had ik het in mijn stukje over “vooral vrijwilligers” in de bibliotheek. Dat is niet bedoeld om bibliotheekprofessionals die bezig zijn met leesvaardigheid etc. weg te zetten als ongekwalificeerde krachten, maar om nogmaals aan te geven dat een goed beleid alleen gevoerd kan worden met een deugdelijke financiering.

https://www.bibliotheekinzicht.nl/organisatie/vrijwilligers-de-bibliotheek

Een “zure” IPLingo? Wie mijn andere IPLingo’s en artikelen leest, zal  zien dat die vrij luchtig zijn en er weinig zuurheid in te vinden is. Maar omdat ik me tijdens het lezen over het Leesoffensief steeds meer ergerde over de vrijblijvendheid van de ministersbrief werd het inderdaad een zuur stukje. Volgende keer weer iets leuks!

De geboorte van een woord: woordenverbod

Luistert u al naar drill? De kans is groot dat u niet bekend bent met deze vrij nieuwe vorm van rap, maar als u een clip ziet waarin de artiesten zijn voorzien van een bivakmuts, en als ze dan ook nog eens crimineel gedrag en wapengebruik verheerlijken in hun met veel fockings gelardeerde teksten, dan kunt u er verzekerd van zijn dat u te maken heeft met een drillrap. Kijk en luister maar eens naar de fine fleur van de Nederlandse drill op https://www.youtube.com/watch?v=cg22-pX8jdw.

De Engelse drillrapper en drugshandelaar Rico Racks werd onlangs veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf én een verbod op het rappen van woorden als trapping (dealen) en bandoe (drugspand). De Engelstalige media spraken over een word ban.
Die uitdrukking werd een paar jaar daarvoor ook veel gebruikt toen er ophef was over het nieuws dat het Amerikaanse Center for Disease Control woorden als transgender en fetus (foetus) niet meer mocht gebruiken van de overheid. Het bleek achteraf een storm in een glas water, maar ook in de Nederlandse media was er gedurende korte tijd veel aandacht voor dit minirelletje. Voor word ban werden omslachtige beschrijvingen gebruikt als ‘het verbod op het gebruik van bepaalde woorden’. Woordenverbod was immers nog geen bestaand woord. Dat duurde tot 21 oktober 2019, toen de veroordeling van Rico Racks bekend werd gemaakt. NOS.nl maakte om 14:54 als eerste gewag van een woordenverbod. Toen was het hek direct van de dam. Nog diezelfde dag spraken ook 7days, het Jeugdjournaal, De Morgen en tal van andere media over een woordenverbod alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En toen het Instituut voor de Nederlandse taal woordenverbod ook nog bekroonde tot neologisme van de week wisten we het zeker: een nieuw levensvatbaar woord was geboren.

(Eerder verschenen in IP- Vakblad voor informatiespecialisten 2019-9)

Plooifoon

(Eerder verschenen in IP- Vakblad voor informatiespecialisten 2019-8)

Lootbox, deepfakes, smarticles, soft data. Zomaar wat begrippen die zijn besproken in deze rubriek. Veel mensen ergeren zich aan het gebruik van onnodige Engelse leenwoorden. De Volkskrant heeft zelfs een rubriek waarin lezers Nederlandse alternatieven bedenken voor Engelse woorden. Om tegemoet te komen aan deze sympathieke puriteinse beweging wilde ik het deze maand hebben over plooifoon, het Hollandse equivalent van fold phone. Ik ontdekte al snel dat ook vouwfoon en plooimobiel als alternatief worden gebruikt. Welk woord zou er winnen? Zou er überhaupt wel een Nederlandse term overleven?

NL-Term, de vereniging voor Nederlandstalige terminologie, houdt al geruime tijd een lijst bij van Engelse termen waarvoor een Nederlands alternatief bedacht is. Het is interessant om te kijken hoe het die woorden in de loop der tijd is vergaan. Reclamewisser werd in 2015 genoteerd als alternatief voor adblocker. Google geeft 139 hits (treffers), maar het afgelopen jaar werden er geen nieuwe meldingen genoteerd. Nimby betekent not in my backyard. Nivea (bedenk zelf waar het voor staat) is een prachtige Nederlandse omzetting die tot een paar jaar geleden regelmatig tegen kon komen, maar inmiddels is Nivea (inderdaad: niet in mijn voor- en achtertuin) helemaal verdwenen. Advertikel is een mooie vernederlandsing van advertorial. Het is meer dan 400 keer te vinden op Google, maar het afgelopen jaar leverde slechts drie treffers op.

Letterlijke vertalingen, zoals muis en harde schijf hebben een vaste plaats gevonden in het dagelijks spraakgebruik, maar gekunstelde constructies zijn over het algemeen geen lang leven beschoren, een enkele uitzondering als hekje (hashtag) daargelaten. Ze worden bedacht op het moment dat de early adopters (vroegvolgers, volgens de Volkskrant) zich de Engelse term al eigen hebben gemaakt en er geen plaats meer is voor koddige alternatieven. Daarom zal deze rubriek ook in de toekomst niet gewijd zijn aan plaagpost (spam), verversie (update), zoenstrook (kiss and ride) en vaaglogica (fuzzy logic). En dus ook niet aan plooifoon.

 

De Vaderlandskaart

Een klein experiment voor u verder leest. Waar denkt u aan bij het woord vaderlandskaart?

Dikke kans dat u, net als ik, denkt aan de jaren ’30, ’40 van de vorige eeuw. Misschien iets van de NSB? En daarmee slaat u de plank flink mis, want de vaderlandskaart werd in 2017 geïntroduceerd door de Venezolaanse president Nicola Maduro. Maar toch is de gedachte zo gek nog niet, want de vaderlandskaart, oftewel de carnet de la patria, is een instrument dat niet zou misstaan in een totalitaire staat.
Wie over een vaderlandskaart beschikt, kan voor een klein bedrag aanspraak maken op voedselpakketten. In de supermarkt zijn levensmiddelen door de hyperinflatie nauwelijks betaalbaar en dus beschikt het merendeel van de bevolking over zo’n kaart. Met de vaderlandskaart kunnen de Venezolanen bovendien goedkope benzine kopen, moeders krijgen op Moederdag een extraatje en zo biedt de kaart nog tal van voordelen.

Sinds 2018 duikt de term vaderlandskaart op in Google. Bij de verkiezingen van dat jaar konden de Venezolanen hun kaart laten scannen, waarna hun stemgedrag werd vastgelegd. In ruil daarvoor kregen de mensen een bedank-sms’je van Maduro en een bonus. En zo zijn er tal van manieren waarop allerlei persoonlijke gegevens worden vastgelegd waar het regime zijn voordeel mee kan doen. Het bezit is dus niet vrijblijvend, maar wie geen gebruik wil maken van de kaart, loopt niet alleen het risico om gekort te worden op levensmiddelen, maar ook om niet in aanmerking te komen voor medicijnen. Op die manier houdt het regime de bevolking aan zich gebonden.
De achterliggende software is afkomstig van het bedrijf ZTE. Zij zijn, samen met Huawei, een van de grote Chinese exporteurs van surveillancesoftware en -apparatuur, waarmee van alles wat maar interessant kan zijn voor, bijvoorbeeld, een autoritair regime digitaal kan worden vastgelegd. De producten vinden gretig aftrek in Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen.

De vaderlandskaart, het klinkt ouderwets, maar het is een geavanceerde vorm van big business voor Big Brother. Weest waakzaam!

(Eerder verschenen in IP – Vakblad voor Informatieprofessionals 2019-7)

Privacykramp

(Eerder verschenen in IP- Vakblad voor informatiespecialisten 2019-6)

“Ik weet maar één ding, en dat is dat  ik niets weet”. De AVG is inmiddels ruim een jaar van kracht, maar nog steeds herkennen veel medewerkers van bedrijven en overheidsorganisaties zich in de woorden van Socrates wanneer ze beslissingen moeten nemen over privacygevoelige zaken.

In de eerste maanden van 2018 was Nederland volledig in de ban van de AVG. Overal verschenen privacyfunctionarissen, organisaties stelden verwerkersovereenkomsten op en IT-afdelingen verwijderden gevoelige, maar niet per se noodzakelijke gegevens van hun servers. Die privacypaniek van toen blijkt bij tal van instanties te zijn overgegaan in een meer permanente privacykramp. Want ook nu zijn veel organisaties nog steeds als de dood om grenzen te overschrijden.

De Volkskrant maakte onlangs een rondje langs verschillende instanties en constateerde dat veel instanties uit angst voor boetes het zekere voor het onzekere nemen. De overheid heeft jarenlang flink geïnvesteerd in geautomatiseerde gegevensuitwisseling tussen organisaties, maar die blijven nu vaak krampachtig op hun data zitten. Dat leidt nogal eens tot stroperigheid en inefficiëntie. Het UWV ziet zich bij het opsporen van fraudegevallen bijvoorbeeld geplaatst voor problemen omdat de Belastingdienst en gemeenten niet erg toeschietelijk zijn bij het leveren van de nodige gegevens.

De overheid probeert via de website kiezen-en-delen.nl duidelijkheid te scheppen over de mogelijkheden voor gegevensuitwisseling binnen het sociaal domein. Maar wie bijvoorbeeld de lijvige handreiking heeft gelezen over gegevensuitwisseling in de bemoeizorg voor zorgwekkende zorgweigeraars (ik verzin dit niet), zal niet het idee hebben dat er nu een helder licht wordt geworpen op de hier en daar toch wat schimmige wetgeving.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft sinds de invoering van de AVG maar weinig boetes uitgedeeld. Gek genoeg is dat nu júist een reden waarom de privacykramp er bij veel instellingen is ingeschoten. Het grote grijze gebied tussen wat wel en wat niet mag zou een stuk kleiner kunnen zijn als er voldoende jurisprudentie was. Aleid Wolfsen, voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, kondigde voor dit jaar serieuze handhaving aan, maar zijn organisatie is (nog) te klein om voldoende onderzoek te doen.

Is er iets te doen tegen de privacykramp?  Zeker. Het is bekend dat je bij kramp iets moet doen wat je gevoelsmatig juist zou willen vermijden, en dat is bewegen. En bananen eten, maar of dat bij privacykramp helpt, is twijfelachtig.