Coronamoe

Voor deze rubriek gaan we iedere maand op zoek naar nieuwe taaluitingen. Soms is het even zoeken en staat er niet meer dan één woord op mijn keuzelijstje, maar deze keer viel de oogst erg mee:

Anderhalve-meter-challenge, afschalen, amateurviroloog, anderhalve-meter-economie, balkonzanger, buitenschaamte, coroneus, coronials, coronomie, corontaine, digitale pandemie, disselen, druppelbesmetting, ellebooggroet, elleboogniezen, epidemiologische paraatheidsinnovaties, groepsimmuniteit, hamsterschaamte, handenschudverbod, hoestschaamte, hoestscherm, houdt-afstandhesje, infectietsunami, intelligente lockdown, kuchscherm, landelijk coördinatiecentrum patiëntenspreiding, lichaamscondoom, lockdown, lockdownparty, lockdownpopulisme, luchtmuur, massasurveillance, no-fly-periode, onthamsteren, oversterfte, pandemierooster, paniekwinkelen, physical distancing, quarantainehotel, raambezoek, Skypevisite, social distancing, sociale onthouding, superverspreider, thuisquarantaine, toerismeverbod, TOGS-regeling, virusbuddy, voetgroet, weigerklant, winkelprotocol, wuhanshake, zelfisolatie, ziektelast, ziektebubbel, ziektepiramide, zoomen, zorgapplaus en zorgheld.

En natuurlijk corana-aanpak, corana-advies, corana-afdeling, corana-alarm, coranababy, coranabesmetting, coranabrandhaard, coranacontactadvertentie, coronacrimineel, coranacrisis, coranadagboek, coronadictatuur, coronadienst, coronadode, coronadossier, corona-emoji, corona-epidemie, corona-expert, coronafeest, coronagebied, coronahotspot, coronahulpverlening, corona-informatie, corona-invloed, coronalied, coronaloket, coronamaatregel, corona-on-ice, coronaoverleg, coronapandemie, coronapatiënt, coronaregering, coronarichtlijnen, coronaroman, coronaslachtoffer, coronasticker, coronastress, coronasymptomen, coronatest, corona-uitbraak, coronavirus, coronazieke, coronaziekenhuis, corona-akkoord, corona-angst, corona-apocalyps, corona-app, coronaboete, coronacocooning, coronacontainer, coronacrash, coronagezant, coronagriep, coronahufter, coronakiller, coronaklever, coronanie, corona-ontkenner, coronaparanoia, coronapiek, coronaprotocol, coronaspuger, coronavakantie, coronaverdacht en coronaviering.

Maar de keuze viel deze maand, zonder concurrentie, op het woord boven dit stukje.

Infodemie

Het coronavirus zorgt naast een hoop ellende ook voor een nieuw woord in de Nederlandse taal: infodemie. Het is een mixwoord van informatie en epidemie. De eerste vermelding die ik vond, staat op de website van de Vereniging België China en dateert van 3 februari. De site gebruikt infodemie als vertaling van het Engelse infodemic, in een verwijzing naar een uitspraak van directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus van de World Health Organization (WHO). Ghebreyesus zegt dat er niet alleen gevochten wordt tegen een epidemic, maar ook tegen een infodemic, die zich sneller verspreidt dan het Coronavirus en net zo gevaarlijk is. Een infodemic, en dus ook een infodemie, is een overvloed aan informatie, waardoor het lastig is om betrouwbare berichten te vinden. Het gaat dan niet alleen om de stroom aan geruchten, complottheorieën en (ander) fake news, maar bijvoorbeeld ook om experts die tegenstrijdige dingen zeggen over het gebruik van mondkapjes en andere voorzorgsmaatregelen. Net als bij een epidemie is het zaak om de infodemie in de kiem te smoren, aldus Ghebreyesus. De WHO werkt samen met Facebook, Pinterest, Tencent, Twitter, TikTok, YouTube en andere social media om de geruchten en desinformatie de kop in te drukken. In samenwerking met Google wordt berichtgeving van de WHO bovenaan de zoekresultaten gezet.

Het gekke is dat de oorsprong van het woord Infodemic in Nederland ligt. Al in 1999 werd het IT-bedrijf Infodemic bv ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In het Engelse taalgebied komen we Infodemic voor het eerst tegen in 2003. Toen ging het over de stroom aan berichten over SARS. Omdat die epidemie aan ons land voorbij ging, is het toen nooit tot een vertaling gekomen. Overigens ging het Nederlandse Infodemic bv een paar jaar na de oprichting failliet. Laten we hopen dat het de huidige infodemie niet veel beter vergaat.

(Eerder verschenen in de rubriek IP Lingo van IP-Vakblad voor informatiespecialisten 2020-3)

Digital Curation Conference Dublin

Mart van Duijn bezocht van 17-20 februari 2020 de International Digital Curation Conference in Dublin. Hieronder volgt een beknopt verslag.

Op 17 t/m 20 februari vond in Dublin de International Digital Curation Conference (IDCC) plaats, georganiseerd door het Digital Curation Centre (DCC), een expertisecentrum voor digital curation dat is ondergebracht bij de University of Edinburgh. Het IDCC is een jaarlijks internationaal congres (vanaf 2005) dat volledig is gericht op het gebruik en beheer van digitale objecten door onderzoekers, organisaties en instellingen.

Op de keynote lezingen na, zijn de bijdragen tijdens deze editie van het IDCC grofweg in te delen in presentaties over research data management (RDM) en digital preservation (DP). Voor Bijzondere Collecties is vooral digital preservation van belang, research data management is bij het CDS in portefeuille. DP draait voornamelijk om het acquireren, duurzaam opslaan en beschikbaar stellen van zowel gedigitaliseerd als born digital materiaal. Lezingen op dit punt gingen in op verschillende rollen en verantwoordelijkheden, namelijk die van de onderzoekers die zich meer bewust zouden moeten zijn van de noodzaak van het duurzaam bewaren van digitale onderzoeksdata en -objecten, instellingen die de juiste infrastructuur moeten inrichten voor dergelijk materiaal en actief bij het aanmaken daarvan betrokken zouden moeten zijn, en gebruikers die bediend moeten worden zodat digitaal materiaal hergebruikt kan worden. Een rode draad door hele congres heen waren dan ook de FAIR principes: Findable, Accessible, Interoperable, Reusable. Meerdere malen werd tevens herhaald dat die principes alleen nagestreefd kunnen worden als er communicatie en samenwerking is tussen de verschillende betrokken partijen.

Voor de Bijzondere Collecties van de UBL waren meerdere sessies en presentaties relevant, vooral die die ingingen op de rol van instellingen in het gebruik en beheer van digitaal materiaal. In het bijzonder relevant was de presentatie van Katrina Fenlon (University of Maryland) waarin zij aangaf welke rol instellingen zouden moeten spelen in het beheer van Digital Humanities Collections. In veel gevallen is bij de totstandkoming daarvan geen beherende instelling betrokken, met grote gevolgen voor de duurzame opslag. Instellingen moeten zich daarbij niet opstellen als laatste rustplaats, maar als actieve deelnemer. Vanuit de National Library of Ireland werd een lezing gegeven door directeur Sandra Collins. Zij benaderde het beheer van digitaal materiaal vanuit een historisch perspectief en benadrukte de rol die de bibliotheek van oudsher heeft en die ook in digitale tijden voortgezet dient te worden. Daarbij ging ze voornamelijk in op gedigitaliseerd materiaal en bleef born digital helaas onderbelicht. Dat instellingen elders op dezelfde manier geconfronteerd worden met born digital materiaal en dezelfde ontwikkeling doorgaan als de UBL, werd goed duidelijk in de posterpresentatie van Emma Yan en Clare Paterson, getiteld University of Glasgow: Our Digital Transformation (https://zenodo.org/record/3664615#.XmDqQ6TvKUk).

Born digital zal een van de speerpunten zijn in het beleidsplan voor de periode 2021-2025. Dan moeten er grote stappen gezet worden in het acquireren en duurzaam beheren van dergelijk materiaal. De sessies en presentaties tijdens het IDCC in Dublin hebben duidelijk gemaakt dat de UBL kan aansluiten bij ontwikkelingen en expertise elders, maar dat zij geenszins tot de achterhoede behoort.

Mart van Duijn

Fleeceware

Hoe vaak gebeurt het niet? Je downloadt uit de Google Play Store een app die je een paar dagen gratis mag proberen, je ziet al snel dat je er niets aan hebt en je verwijdert hem weer. Niets aan de hand. Maar sinds enige tijd gebeurt het regelmatig dat mensen tot hun schrik merken dat er geld, soms zelfs aanzienlijke bedragen, van hun rekening is afgeschreven omdat ze zich abonneerden op een app zonder dat ze zich daar bewust van waren.

Wat is er aan de hand? Wanneer iemand  een app verwijdert tijdens de proefperiode mag je er van uit gaan dat hij die app niet wil aanschaffen. Maar een officiële afmelding is het niet. Slimme jongens, je mag ze geen criminelen noemen, maken hier gebruik van. Wanneer de klant vóór het verstrijken van de proefperiode geen expliciete afmelding verstuurt, brengen ze een bedrag in rekening voor het gebruik van de app, óók als die zich niet meer op het toestel van de ongelukkige klant bevindt. Soms gaat het daarbij om flinke bedragen. Medewerkers van het Engelse IT-beveiligingsbedrijf Sophos ontdekten afgelopen september dat sommige bedrijfjes meer dan $200 per jaar in rekening brachten voor rekenmachines, QR-lezers en andere simpele apps.  De  term die Sophos voor deze vorm van legale zwendel bedacht, is fleeceware (to fleece betekent geld uit de zak kloppen). Google heeft dit najaar al een aantal fleeceware-apps verwijderd uit Play Store, maar onlangs doken er weer nieuwe exemplaren op.

De mensen achter de apps hebben inmiddels weer een nieuw slimmigheidje bedacht: in een aantal gevallen vragen ze geen jaarlijks bedrag meer, maar een bedrag per week, want dan lijkt het minder. Zo schrijft het brein achter Fortunemirror, een app die de toekomst voorspelt, wekelijks €69,99 af. Inmiddels hebben enkele tienduizenden mensen deze app gedownload. Afgaand op de recensies beleefden ze er weinig plezier aan.

Dus als een voorspellende app u binnenkort vertelt dat u een financieel debacle te wachten staat, weet u wat er gaat gebeuren. U bent gewaarschuwd!

(Eerder verschenen in IP-Vakblad voor informatiespecialisten 2020-2)

Leesoffensief

Ha, dat klinkt nog eens goed, leesoffensief. Een woord dat dynamiek en daadkracht suggereert, dat blijk geeft van een haast militaire aanpak. Het is het centrale thema van een brief die OCW-minister Van Engelshoven en haar collega Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media in december aan de Kamer stuurden. De ministers reageren daarin op het internationale PISA-rapport, waaruit blijkt dat het niet goed gaat met de leesvaardigheid van de Nederlandse jongeren. En dus is het tijd voor actie! De ministers baseren hun actieplan op Lees!, een adviesrapport van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur. In dit advies wordt het begrip leesoffensief geïntroduceerd. Zowel de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur als de ministers zien een belangrijke rol weggelegd voor leerkrachten en bibliothecarissen, niet helemaal toevallig twee beroepsgroepen die de afgelopen jaren nogal te lijden hadden van overheidsbezuinigingen. In Lees! gaan de auteurs uitgebreid in op de kaalslag die plaatsvond in de bibliotheekwereld. Ze geven aan dat gemeenten zorg moeten dragen voor een goede bibliotheekvoorziening en dat de overheid hen daarop aan moet spreken als dit niet gebeurt. Voor scholen geldt dat ze extra moeten worden gefinancierd.

Dat is nog eens mooi advies! En het is niet tegen dovemansoren gezegd, want  de ministers Slob en van Engelshoven beloven in hun brief dat de regering middelen gaat reserveren voor … een letterenfestival en een organisatie die lezers en schrijvers met elkaar in contact moet brengen. En de bibliotheken en scholen? Er staan veel mooie woorden in de brief van de ministers, maar het komt er uiteindelijk op neer dat de bibliotheekmedewerkers (tegenwoordig vooral vrijwilligers) gewoon hun wettelijke leesbevorderingstaak moeten oppakken. Het toch al bomvolle onderwijscurriculum krijgt als extra onderdeel het vak leesplezier. Probleem opgelost. En als blijkt dat hierdoor andere vakken in de knel komen, dan introduceren de ministers volgend jaar waarschijnlijk gewoon het vak rekenpret.

Leesoffensief. Het is een mooi woord, maar of de vlag de lading dekt? Mijn suggestie voor de ministers: leesschijnaanval.

Kamerbrief over leesoffensief

Dit artikel verscheen in licht gewijzigde vorm in InformatieProfessional 2020/1

Naar aanleiding van mijn artikeltje in de InformatieProfessional kwamen er nogal wat reacties. Daarom schreef ik op mijn eigen blog een nadere toelichting:

Soms vraag ik bij het schrijven van een nieuwe IPLingo wel eens af of de stukjes gelezen worden, want er bereiken me nauwelijks reacties. Dat was met mijn laatste stukje, over het leesoffensief dat de onderwijsministers aankondigden, wel anders. Ze vragen om een antwoord.

Voor alle duidelijkheid, ik vind de gedachte achter het Leesoffensief prima en ik wil zeker niet op de rem trappen. En ook weet ik dat de Openbare Bibliotheken veel goed werk doen op dit gebied. Ik heb zelf in de openbare bibliotheekwereld gewerkt en ben op de hoogte van dBoS en andere initiatieven. Maar mijn kritiek richt zich niet op het werk van de bibliotheken.

Essentieel in Lees!, het rapport van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad, is een goede en structurele financiering voor het slagen van het beleid (zie kader). Hoezeer de ministers ook putten uit Leef!, over financiering wordt met geen woord gerept en daarmee wordt het plan een reus op lemen voeten. Ik vind het een schrijnend voorbeeld van hoe onderwijs en bibliotheekwereld taken toebedeeld krijgen terwijl anderzijds de benodigde financiële middelen niet ter beschikking worden gesteld, sterker nog, terwijl de kaalslag nog steeds voortduurt. In dat kader had ik het in mijn stukje over “vooral vrijwilligers” in de bibliotheek. Dat is niet bedoeld om bibliotheekprofessionals die bezig zijn met leesvaardigheid etc. weg te zetten als ongekwalificeerde krachten, maar om nogmaals aan te geven dat een goed beleid alleen gevoerd kan worden met een deugdelijke financiering.

https://www.bibliotheekinzicht.nl/organisatie/vrijwilligers-de-bibliotheek

Een “zure” IPLingo? Wie mijn andere IPLingo’s en artikelen leest, zal  zien dat die vrij luchtig zijn en er weinig zuurheid in te vinden is. Maar omdat ik me tijdens het lezen over het Leesoffensief steeds meer ergerde over de vrijblijvendheid van de ministersbrief werd het inderdaad een zuur stukje. Volgende keer weer iets leuks!

De geboorte van een woord: woordenverbod

Luistert u al naar drill? De kans is groot dat u niet bekend bent met deze vrij nieuwe vorm van rap, maar als u een clip ziet waarin de artiesten zijn voorzien van een bivakmuts, en als ze dan ook nog eens crimineel gedrag en wapengebruik verheerlijken in hun met veel fockings gelardeerde teksten, dan kunt u er verzekerd van zijn dat u te maken heeft met een drillrap. Kijk en luister maar eens naar de fine fleur van de Nederlandse drill op https://www.youtube.com/watch?v=cg22-pX8jdw.

De Engelse drillrapper en drugshandelaar Rico Racks werd onlangs veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf én een verbod op het rappen van woorden als trapping (dealen) en bandoe (drugspand). De Engelstalige media spraken over een word ban.
Die uitdrukking werd een paar jaar daarvoor ook veel gebruikt toen er ophef was over het nieuws dat het Amerikaanse Center for Disease Control woorden als transgender en fetus (foetus) niet meer mocht gebruiken van de overheid. Het bleek achteraf een storm in een glas water, maar ook in de Nederlandse media was er gedurende korte tijd veel aandacht voor dit minirelletje. Voor word ban werden omslachtige beschrijvingen gebruikt als ‘het verbod op het gebruik van bepaalde woorden’. Woordenverbod was immers nog geen bestaand woord. Dat duurde tot 21 oktober 2019, toen de veroordeling van Rico Racks bekend werd gemaakt. NOS.nl maakte om 14:54 als eerste gewag van een woordenverbod. Toen was het hek direct van de dam. Nog diezelfde dag spraken ook 7days, het Jeugdjournaal, De Morgen en tal van andere media over een woordenverbod alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En toen het Instituut voor de Nederlandse taal woordenverbod ook nog bekroonde tot neologisme van de week wisten we het zeker: een nieuw levensvatbaar woord was geboren.

(Eerder verschenen in IP- Vakblad voor informatiespecialisten 2019-9)

Plooifoon

(Eerder verschenen in IP- Vakblad voor informatiespecialisten 2019-8)

Lootbox, deepfakes, smarticles, soft data. Zomaar wat begrippen die zijn besproken in deze rubriek. Veel mensen ergeren zich aan het gebruik van onnodige Engelse leenwoorden. De Volkskrant heeft zelfs een rubriek waarin lezers Nederlandse alternatieven bedenken voor Engelse woorden. Om tegemoet te komen aan deze sympathieke puriteinse beweging wilde ik het deze maand hebben over plooifoon, het Hollandse equivalent van fold phone. Ik ontdekte al snel dat ook vouwfoon en plooimobiel als alternatief worden gebruikt. Welk woord zou er winnen? Zou er überhaupt wel een Nederlandse term overleven?

NL-Term, de vereniging voor Nederlandstalige terminologie, houdt al geruime tijd een lijst bij van Engelse termen waarvoor een Nederlands alternatief bedacht is. Het is interessant om te kijken hoe het die woorden in de loop der tijd is vergaan. Reclamewisser werd in 2015 genoteerd als alternatief voor adblocker. Google geeft 139 hits (treffers), maar het afgelopen jaar werden er geen nieuwe meldingen genoteerd. Nimby betekent not in my backyard. Nivea (bedenk zelf waar het voor staat) is een prachtige Nederlandse omzetting die tot een paar jaar geleden regelmatig tegen kon komen, maar inmiddels is Nivea (inderdaad: niet in mijn voor- en achtertuin) helemaal verdwenen. Advertikel is een mooie vernederlandsing van advertorial. Het is meer dan 400 keer te vinden op Google, maar het afgelopen jaar leverde slechts drie treffers op.

Letterlijke vertalingen, zoals muis en harde schijf hebben een vaste plaats gevonden in het dagelijks spraakgebruik, maar gekunstelde constructies zijn over het algemeen geen lang leven beschoren, een enkele uitzondering als hekje (hashtag) daargelaten. Ze worden bedacht op het moment dat de early adopters (vroegvolgers, volgens de Volkskrant) zich de Engelse term al eigen hebben gemaakt en er geen plaats meer is voor koddige alternatieven. Daarom zal deze rubriek ook in de toekomst niet gewijd zijn aan plaagpost (spam), verversie (update), zoenstrook (kiss and ride) en vaaglogica (fuzzy logic). En dus ook niet aan plooifoon.

 

Islandoracon 2019

IslandoraCon is de Islandora Conferentie die eens in de 2 jaar wordt gehouden. Islandora is het open source digitaal repository systeem dat door de Universiteit Leiden gebruikt wordt voor haar Digitale collecties en binnenkort ook voor het Scholarly Repository en het Student Repository.
IslandoraCon werd na Charlottetown (2015) en Hamilton (2017) dit jaar in Vancouver gehouden. Het was een vooral Canadees/Amerikaanse aangelegenheid want van de 110+ bezoekers kwamen er 3 van buiten Canada en Amerika; een uit Afrika, een uit Nieuw-Zeeland en een uit Europa (ik). Het congres zelf duurde 3 dagen maar werd voorafgegaan door een dag met workshops en afgesloten door een Use-a-Thon/unconference.
Hieronder een verslag van de 5 dagen.

De eerste workshop waar ik aan deelnam ging over ISLE. De afkorting staat voor Islandora Enterprise en wordt ontwikkeld door de Islandora Collaboration Group (ICG). Eigenlijk is dit Islandora als een Docker container, waardoor naar eigen zeggen het minder werk is om Islandora te installeren en onderhouden, makkelijker overgegaan kan worden naar nieuwe versies (dus ook de overstap van Islandora 7 naar Islandora 8) en het betere security en reliability biedt omdat het vaker geüpdatet wordt. Natuurlijk staat daar tegenover dat er minder mogelijk is wat betreft eigen invulling van hoe de componenten samenwerken en waar ze geïnstalleerd zijn (meerdere servers). We hebben zelf ISLE geïnstalleerd op onze lokale laptop met behulp van Docker, dit was redelijk eenvoudig maar vereiste dan wel weer kennis van Docker en andere componenten zoals Traefik.

De tweede workshop ging over plugins maken voor Drupal 8. Dit was erg interessant maar drukte me meteen met de neus op de feiten: er is nog een heleboel te leren, alleen al over Drupal 8.
Een plugin is een nieuwe API in Drupal 8. Het is de bedoeling dat een plugin precies 1 ding doet, zodat het goed herbruikbaar en snel is. Plugins zijn configureerbaar, ze kunnen verschillend gedrag/functionaliteit implementeren via een zelfde interface. In Drupal 8 zijn er ook services. Services zijn uitwisselbaar met elkaar en bieden hetzelfde gedrag/functionaliteit maar met verschillende interne implementaties. Een voorbeeld van een service is bijvoorbeeld caching; er zijn verschillende services die caching binnen Drupal kunnen verzorgen, en deze zijn uitwisselbaar al naar gelang de wensen en eisen. Een voorbeeld van een plugin is bijvoorbeeld het maken van afgeleide plaatjes wanneer er een TIF plaatje wordt ingeladen binnen Islandora 8 (wat dus eigenlijk Drupal 8 is aan de voorkant).
Het plugin systeem vervangt het hook systeem van Drupal 7 en is net zo krachtig, maar duidelijker gedefinieerd en meer toekomst bestendig.

Na de workshops van dag 1 werd de conferentie echt geopend met een overzicht van Islandora nu en in de toekomst. Natuurlijk ligt de focus nu op Islandora 8, wat voorheen Islandora CLAW genoemd werd. Maar Islandora 7 wordt zeker niet vergeten. Er wordt voor Islandora 7 overgegaan naar een jaarlijkse release (dit was 2 keer per jaar), maar aangezien er nog steeds veel instellingen gebruikmaken van Islandora 7, wordt het voorlopig nog ondersteund: na november 2020 wordt er geen nieuwe functionaliteit meer toegevoegd, na november 2021 worden er geen bug fixes meer gedaan en na april 2022 worden er geen security fixes meer gedaan. Dit hangt ook samen met Drupal 7 dat vanaf november 2021 niet meer ondersteund wordt.
Verschillende aspecten van Islandora worden behartigd door verschillende groepen: de Coordinating Committee (voorheen de Roadmap Committee) bepaalt de richting van Islandora op de langere termijn en bevordert de Islandora community, de Technical Advisory Group doet aanbevelingen met betrekking tot de architectuur en technische roadmap van Islandora, de Multi-tenancy Interest Group houdt zich bezig met multi-site support in Islandora 8 (één Islandora installatie met meerdere websites) en de Metadata Interest Group focust op metadata (vooral in Islandora 8 aangezien het hier heel anders werkt). Andere interest groups zijn hier te vinden: https://github.com/islandora-interest-groups

Er werd deze dag veel over Islandora 8 verteld. Versie 1.0.0 is op 5 juni 2019 officieel uitgekomen. Waar Islandora 7 nog als een hamburger werd gerepresenteerd, wordt Islandora 8 als een bento box gezien, namelijk verschillende onderdelen die goed met elkaar samengaan (samenwerken) maar uitwisselbaar zijn. Islandora 8 is veel meer verweven met Drupal 8. Waar Islandora 7 het mogelijk maakte om Islandora objecten binnen Drupal te gebruiken, is het bij Islandora 8 zo dat die objecten volledige Drupal nodes zijn. Islandora 8 maakt gebruik van nodes (waar islandora 7 een object gebruikt), files (vergelijkbaar met de datastreams in 7) en media (deze koppelt de nodes aan de files en hier wordt de technische metadata bewaard). Islandora objecten zijn dus “first-class citizens“. Dit betekent dat alle modules die voor Drupal 8 geschreven zijn, ook meteen toepasbaar zijn voor Islandora 8. Eigenlijk is Islandora 8 zelf onder andere een Drupal 8 module die de functionaliteit van een digital repository aan Drupal toevoegt. Veel functionaliteit waarvoor in Islandora 7 veel code nodig was, is in Islandora 8 al beschikbaar via Drupal 8 en door configureren beschikbaar te maken. Islandora 8 voegt aan Drupal 8 onder andere het volgende toe: JSON-LD (een manier om Linked Data over te dragen als JSON), een koppeling met Fedora Commons (met behulp van Flysystem worden bepaalde bestanden in Fedora bewaard) en het genereren van afgeleiden.
Er wordt al hard gewerkt aan de volgende versies van Islandora 8: er worden onder andere breadcrumbs, paged content (wat boeken en kranten mogelijk maakt), IIIF manifesten, text extraction en versioning toegevoegd. Dit zou voor het eind van dit jaar gereed moeten zijn. Ook wordt er gekeken naar de migratie naar Drupal 9 en Fedora Commons 6, aangezien Drupal 9 eind 2020 uitkomt. Dit betreft een kleine update en is zeker geen migratie zoals van Islandora 7 naar 8. Wel biedt Fedora Commons 6 het Oxford Common File Format. Dit is een standaard manier voor opslaan van digitale informatie waardoor deze data compleet (de hele repository kan opnieuw opgebouwd worden met deze data), leesbaar (voor mens en machine, ook zonder de originele software), robuust (fouten in bestanden kunnen ontdekt worden, migratie is makkelijker) en versiebeheerd (wijzigingen zijn herleidbaar en kunnen teruggedraaid worden) opgeslagen kan worden op verschillende storage mogelijkheden (filesystem, cloud, etc.).
Migratie van data naar Islandora 8 werd ook uitvoerig besproken. Ook dit gaat op een standaard Drupal 8 manier. Er is een Migrate API in Drupal 8 ingebouwd die werkt volgens het ETL principe; Extract – Transform – Load. Hier zijn al meerdere plugins voor beschikbaar en migratie is dus vooral een kwestie van veel configuratie bestanden maken of aanpassen, testen en migreren. Er wordt druk gewerkt aan standaard manieren om Islandora 7 data te migreren naar Islandora 8, maar aangezien er altijd “eigen wensen” zijn zal geen enkele migratie dit zonder aanpassingen kunnen gebruiken.

Gedurende de hele conferentie waren er interessante presentaties van andere Islandora gebruikers. Er was een presentatie over een interactieve kaart met verhalen over Vancouver, waarbij op de kaart aangegeven was waar het verhaal was verteld. De verhalen worden zo op een heel andere manier gevonden. Zoals veel bij Islandora, is de code achter de site vrij toegankelijk. Zie https://thisvancouver.vpl.ca/story-city
De mensen van Discover Okanagan Historical Resources hadden een aparte kijk op digitaliseren: het afbreken van een collectie en het opnieuw digitaal opbouwen ervan, waarbij bepaalde impliciete relaties worden verwijderd die later opgebouwd moeten worden in metadata.
Er was een sessie over performance van Islandora, waaruit bleek dat we al veel goed doen, maar Solr optimalisatie is nog wel een belangrijk punt wat nog gedaan moet worden. Optimalisatie bleek ook nu weer een zeer gespecialiseerd onderwerp te zijn waarbij er niet altijd standaard oplossingen zijn.
Een andere sessie ging over microservices. Dit zijn een of meerdere gespecialiseerde programma’s die communiceren met Drupal over (meestal) http. Deze microservices kunnen draaien op “any server, in any language and under any technology”. Islandora 8 maakt veel gebruik van microservices, onder andere voor afgeleiden maken (audio, video, images), FITS (File Information Tool Set, technische metadata uit bestanden halen), text extraction, fixity checks en BagIt integration. In Drupal kan een bepaalde actie gedaan worden als binnen een context aan bepaalde condities voldaan is. Dit is zonder veel code te configureren, zodat bijvoorbeeld als er een original file aan de media wordt toegevoegd (context en conditie), deze door Drupal aan CrayFITS (microservice) gegeven wordt, die de technische metadata uit het bestand haalt en weer binnen Drupal bewaard (action), waarna dit weer in Solr geïndexeerd wordt (dit is weer een andere microservice).
Er waren nog vele andere interessante presentaties, onder andere over content modelling in Islandora 8, diverse manieren van inlezen van content, over namen (“Falsehoods librarians believe about names”) en over headless Islandora. Helaas staan deze presentaties nog niet online, dus kan ik hier niet naar linken.

De laatste dag was gereserveerd voor een Use-a-Thon en de unconference. Tijdens de Use-a-Thon werden bepaalde usecases opgelost in groepsverband, waarbij mooie prijzen te winnen waren. De winnaars hadden een oplossing voor Oral History Transcriptions, Collection Search en multi-tenancy. Helaas viel onze groep (de “Exhibitionists”) net buiten de prijzen, maar toch een mooi resultaat.

Het was een erg zinvolle conferentie waarbij ik veel geleerd heb, maar waar het ook duidelijk werd dat er nog heel veel te leren valt, vooral over Islandora 8.

De Vaderlandskaart

Een klein experiment voor u verder leest. Waar denkt u aan bij het woord vaderlandskaart?

Dikke kans dat u, net als ik, denkt aan de jaren ’30, ’40 van de vorige eeuw. Misschien iets van de NSB? En daarmee slaat u de plank flink mis, want de vaderlandskaart werd in 2017 geïntroduceerd door de Venezolaanse president Nicola Maduro. Maar toch is de gedachte zo gek nog niet, want de vaderlandskaart, oftewel de carnet de la patria, is een instrument dat niet zou misstaan in een totalitaire staat.
Wie over een vaderlandskaart beschikt, kan voor een klein bedrag aanspraak maken op voedselpakketten. In de supermarkt zijn levensmiddelen door de hyperinflatie nauwelijks betaalbaar en dus beschikt het merendeel van de bevolking over zo’n kaart. Met de vaderlandskaart kunnen de Venezolanen bovendien goedkope benzine kopen, moeders krijgen op Moederdag een extraatje en zo biedt de kaart nog tal van voordelen.

Sinds 2018 duikt de term vaderlandskaart op in Google. Bij de verkiezingen van dat jaar konden de Venezolanen hun kaart laten scannen, waarna hun stemgedrag werd vastgelegd. In ruil daarvoor kregen de mensen een bedank-sms’je van Maduro en een bonus. En zo zijn er tal van manieren waarop allerlei persoonlijke gegevens worden vastgelegd waar het regime zijn voordeel mee kan doen. Het bezit is dus niet vrijblijvend, maar wie geen gebruik wil maken van de kaart, loopt niet alleen het risico om gekort te worden op levensmiddelen, maar ook om niet in aanmerking te komen voor medicijnen. Op die manier houdt het regime de bevolking aan zich gebonden.
De achterliggende software is afkomstig van het bedrijf ZTE. Zij zijn, samen met Huawei, een van de grote Chinese exporteurs van surveillancesoftware en -apparatuur, waarmee van alles wat maar interessant kan zijn voor, bijvoorbeeld, een autoritair regime digitaal kan worden vastgelegd. De producten vinden gretig aftrek in Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen.

De vaderlandskaart, het klinkt ouderwets, maar het is een geavanceerde vorm van big business voor Big Brother. Weest waakzaam!

(Eerder verschenen in IP – Vakblad voor Informatieprofessionals 2019-7)