Fleeceware

Hoe vaak gebeurt het niet? Je downloadt uit de Google Play Store een app die je een paar dagen gratis mag proberen, je ziet al snel dat je er niets aan hebt en je verwijdert hem weer. Niets aan de hand. Maar sinds enige tijd gebeurt het regelmatig dat mensen tot hun schrik merken dat er geld, soms zelfs aanzienlijke bedragen, van hun rekening is afgeschreven omdat ze zich abonneerden op een app zonder dat ze zich daar bewust van waren.

Wat is er aan de hand? Wanneer iemand  een app verwijdert tijdens de proefperiode mag je er van uit gaan dat hij die app niet wil aanschaffen. Maar een officiële afmelding is het niet. Slimme jongens, je mag ze geen criminelen noemen, maken hier gebruik van. Wanneer de klant vóór het verstrijken van de proefperiode geen expliciete afmelding verstuurt, brengen ze een bedrag in rekening voor het gebruik van de app, óók als die zich niet meer op het toestel van de ongelukkige klant bevindt. Soms gaat het daarbij om flinke bedragen. Medewerkers van het Engelse IT-beveiligingsbedrijf Sophos ontdekten afgelopen september dat sommige bedrijfjes meer dan $200 per jaar in rekening brachten voor rekenmachines, QR-lezers en andere simpele apps.  De  term die Sophos voor deze vorm van legale zwendel bedacht, is fleeceware (to fleece betekent geld uit de zak kloppen). Google heeft dit najaar al een aantal fleeceware-apps verwijderd uit Play Store, maar onlangs doken er weer nieuwe exemplaren op.

De mensen achter de apps hebben inmiddels weer een nieuw slimmigheidje bedacht: in een aantal gevallen vragen ze geen jaarlijks bedrag meer, maar een bedrag per week, want dan lijkt het minder. Zo schrijft het brein achter Fortunemirror, een app die de toekomst voorspelt, wekelijks €69,99 af. Inmiddels hebben enkele tienduizenden mensen deze app gedownload. Afgaand op de recensies beleefden ze er weinig plezier aan.

Dus als een voorspellende app u binnenkort vertelt dat u een financieel debacle te wachten staat, weet u wat er gaat gebeuren. U bent gewaarschuwd!

(Eerder verschenen in IP-Vakblad voor informatiespecialisten 2020-2)

Plooifoon

(Eerder verschenen in IP- Vakblad voor informatiespecialisten 2019-8)

Lootbox, deepfakes, smarticles, soft data. Zomaar wat begrippen die zijn besproken in deze rubriek. Veel mensen ergeren zich aan het gebruik van onnodige Engelse leenwoorden. De Volkskrant heeft zelfs een rubriek waarin lezers Nederlandse alternatieven bedenken voor Engelse woorden. Om tegemoet te komen aan deze sympathieke puriteinse beweging wilde ik het deze maand hebben over plooifoon, het Hollandse equivalent van fold phone. Ik ontdekte al snel dat ook vouwfoon en plooimobiel als alternatief worden gebruikt. Welk woord zou er winnen? Zou er überhaupt wel een Nederlandse term overleven?

NL-Term, de vereniging voor Nederlandstalige terminologie, houdt al geruime tijd een lijst bij van Engelse termen waarvoor een Nederlands alternatief bedacht is. Het is interessant om te kijken hoe het die woorden in de loop der tijd is vergaan. Reclamewisser werd in 2015 genoteerd als alternatief voor adblocker. Google geeft 139 hits (treffers), maar het afgelopen jaar werden er geen nieuwe meldingen genoteerd. Nimby betekent not in my backyard. Nivea (bedenk zelf waar het voor staat) is een prachtige Nederlandse omzetting die tot een paar jaar geleden regelmatig tegen kon komen, maar inmiddels is Nivea (inderdaad: niet in mijn voor- en achtertuin) helemaal verdwenen. Advertikel is een mooie vernederlandsing van advertorial. Het is meer dan 400 keer te vinden op Google, maar het afgelopen jaar leverde slechts drie treffers op.

Letterlijke vertalingen, zoals muis en harde schijf hebben een vaste plaats gevonden in het dagelijks spraakgebruik, maar gekunstelde constructies zijn over het algemeen geen lang leven beschoren, een enkele uitzondering als hekje (hashtag) daargelaten. Ze worden bedacht op het moment dat de early adopters (vroegvolgers, volgens de Volkskrant) zich de Engelse term al eigen hebben gemaakt en er geen plaats meer is voor koddige alternatieven. Daarom zal deze rubriek ook in de toekomst niet gewijd zijn aan plaagpost (spam), verversie (update), zoenstrook (kiss and ride) en vaaglogica (fuzzy logic). En dus ook niet aan plooifoon.

 

JOMO

Hoera, er zoemt weer een nieuw acroniem door de blogs! JOMO lijkt op FOMO en heeft er ook alles mee te maken. FOMO is de Fear Of Missing Out. Iedereen kent ze wel, de verslaafden die de hele dag, en bij voorkeur een groot deel van de nacht, aan hun device vastgekleefd zitten om maar niets te hoeven missen van wat er op Facebook, Instagram of Twitter voorbijschuift. En misschien heb je zelf wel FOMO.  Voor jou is er nu JOMO, de Joy Of Missing Out. Kort gezegd gaat het erom dat je je tablet of smartphone regelmatig weglegt om met het echte leven bezig te zijn.  JOMO is eigenlijk wat je ouders of partner al jaren tegen je zeggen. Voorheen was dat tegen dovemansoren, maar nu is dat voorbij, want JOMO is een heuse trend. De afgelopen periode werd erover geschreven door de Frankfurter Allgemeine, Victoria Health, Women’s Health Magazine en Search Engine Journal, om er maar een paar te noemen. En natuurlijk worden de artikelen gelardeerd met de bekende 5 of 10 tips, zoals:

  • Zeg nee tegen pushberichten!
  • Lees geen emails na acht uur ’s avonds!
  • Ga naar een echte boekwinkel en koop een echt boek!
  • Leef langzaam!

Het begrip JOMO werd zeven jaar geleden geïntroduceerd in een blog van de Amerikaan Anil Dash, waarin hij beschrijft hoe weldadig het is om sociale gelegenheden te laten lopen. In de jaren die volgden verschenen er veel en artikeltjes en blogs over JOMO waarbij  er vooral werd gefocust op verslaving aan sociale media. Onthaasting was het antwoord, want JOMO voelt zich thuis in de wereld van Mindfulness en Marie Kondo.

Dus doe mee met JOMO! Koop de JOMO-koffiemok of het JOMO-boek (Ja, ze zijn er. Vorige maand verscheen zelfs een JOMO breiboek)! Hang in je pyjama voor de buis met een zak borrelnootjes! Wees jong! Wees JOMO!

Deze tekst verscheen als column in IP – vakblad voor informatieprofessionals -2019/4